Nieuws · Aruba
Financieel recht & compliance · September 2026

Banken en compliance op Aruba in 2026: Lwtf-handhaving, bancaire zorgplicht en de lessen uit de recente rechtspraak

Voor de Arubaanse financiële sector was 2026 tot nu toe een jaar van uitspraken. In nog geen vijf maanden heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie het toetsingskader voor bestuurlijke boetes onder de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf) uitgeschreven, heeft hetzelfde Hof een bank teruggefloten die rekeningen wilde beperken omdat een cliënt zijn KYC-formulieren niet opnieuw wilde invullen, en heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba in twee ronden beslist wanneer een bank een aspirant-cliënt mag weigeren – en wanneer zij tot het openen van een rekening kan worden veroordeeld. Daar kwamen nieuwe richtsnoeren van de FIU-Aruba over het melden van ongebruikelijke transacties en over sancties bij.

Omslag van het Operational Report 2025 van de Centrale Bank van Aruba
De Centrale Bank van Aruba houdt toezicht op de naleving van de Lwtf; in 2026 trok de rechter de grens tussen compliance en de bancaire zorgplicht.

Wie in een bank, een trustkantoor, een casino of een vastgoedonderneming verantwoordelijk is voor compliance of juridische zaken, moet deze ontwikkelingen kennen. Hetzelfde geldt voor de ondernemer die tegenover die instelling staat. In dit artikel zetten wij de stand van zaken op een rij, uitsluitend op basis van de wet, de gepubliceerde rechtspraak en de officiële publicaties van de toezichthouders. Glas & Glas adviseert en procedeert aan beide kanten van deze verhouding: voor financiële instellingen én voor hun (aspirant-)cliënten.

1. Het kader: twee verplichtingen die met elkaar botsen

Een Arubaanse bank staat onder twee regimes die niet altijd dezelfde kant op wijzen. Aan de ene kant de Lwtf (AB 2011 no. 28, laatst gewijzigd bij AB 2021 no. 143), met daaronder het AML/CFT Handboek van de Centrale Bank van Aruba (CBA) van 1 januari 2020, de Regeling uiteindelijk belanghebbende LWTF (AB 2021 no. 153), het Landsbesluit grondslagen bestuurlijke handhaving Lwtf en de Leidraad van de CBA voor de hoogte van boetes. Die regels verplichten tot cliëntenonderzoek vóór het aangaan van een relatie (artikel 3 jo. 8 Lwtf), tot verscherpt onderzoek bij een hoger risico – uitdrukkelijk ook als de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende geen ingezetene van Aruba is (artikel 11 lid 1 sub a Lwtf) –, tot doorlopende controle van de relatie (artikel 3 lid 1 sub d Lwtf), tot het onverwijld melden van ongebruikelijke transacties (artikel 26 Lwtf) en tot het beëindigen van een relatie waarin het onderzoek niet langer kan worden voltooid (artikel 9 lid 2 Lwtf). De wijziging van 2021 voegde daar onder meer de bestrijding van proliferatiefinanciering en de bevoegdheid van de FIU-Aruba aan toe om een transactie tot vijf werkdagen (te verlengen tot vijftien) te laten opschorten (artikel 28a Lwtf).

Aan de andere kant staat het civiele recht. Vanwege haar maatschappelijke functie rust op een bank een bijzondere zorgplicht, ook jegens wie nog geen cliënt is. Zonder betaalrekening is deelname aan het economisch verkeer vrijwel onmogelijk. De Arubaanse rechter sluit daarvoor aan bij de Hoge Raad (HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652): contractsvrijheid is het uitgangspunt, maar niet onbegrensd, en de uitkomst is een belangenafweging in het concrete geval. Een opzegging wordt bovendien getoetst aan de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW. Het spanningsveld tussen deze twee regimes is precies waar de rechtspraak van 2025 en 2026 over gaat.

2. Toegang tot een bankrekening: de Princess-reeks

De meest besproken zaken van dit jaar betreffen een casino-exploitant die bij alle vier de commerciële banken van Aruba een zakelijke rekening aanvroeg en overal werd geweigerd. Op 5 februari 2026 deed het Gerecht in eerste aanleg drie uitspraken tegelijk (ECLI:NL:OGEAA:2026:47, 48 en 49). Op 3 juni 2026 volgde de vierde (AUA202600316 KG). Samen vormen zij het huidige Arubaanse toetsingskader voor het weigeren van een cliënt.

Wat een weigering wél draagt

  • Actuele, verifieerbare feiten. Een vergunningsconstructie waarvan de goedkeuring niet uit de stukken blijkt, het gebruik van de rekening van een derde voor verboden betaaldienstverlening, een bestuurder met Lwtf-antecedenten elders en vier directeuren en twee procuratiehouders in ruim twee jaar: op die gronden hield de weigering van de eerste bank stand (ECLI:NL:OGEAA:2026:47, r.o. 4.10–4.11).
  • Subsidiariteit. Zolang niet vaststaat dat elke bank de deur dicht houdt, weegt het belang van de aanvrager minder zwaar (r.o. 4.14). In juni 2026 was die laatste deur dichtgevallen – en kantelde de uitkomst.

Wat een weigering níet draagt

  • Gedateerde adverse media. Oude berichtgeving over de uiteindelijk belanghebbende, zonder vervolging, veroordeling, lopend onderzoek of sanctievermelding, is onvoldoende. De bank moet gedrag kunnen aanwijzen ná de gerapporteerde voorvallen (ECLI:NL:OGEAA:2026:47, r.o. 4.8; AUA202600316 KG, r.o. 4.11).
  • Inconsequent intern beleid. Wie stelt alleen vergunninghouders te bedienen maar in de praktijk ook andere exploitanten als klant heeft, verliest dat argument (r.o. 4.10).
  • Categorale uitsluiting. Een beleid om een hele sector – hier: stand alone casino’s – niet te bedienen is zonder concrete, gerechtvaardigde bezwaren een ongeoorloofde categorale uitsluiting (AUA202600316 KG, r.o. 4.11).
  • Een niet-onderbouwd beroep op correspondentbanken. Het belang van die relaties wordt erkend, maar de bank die contact opnam en niet wilde zeggen welk antwoord zij kreeg, kwam er niet mee weg (r.o. 4.12). Wie dit argument gebruikt, moet kunnen laten zien wie is benaderd, wanneer, met welke vraag en met welk antwoord.

Twee overwegingen hebben gevolgen die verder reiken dan dit dossier. Ten eerste kan de rechter een bank veroordelen om het cliëntenonderzoek daadwerkelijk uit te voeren en binnen een termijn af te ronden, ook waar zij (nog) niet tot contracteren wordt gedwongen (ECLI:NL:OGEAA:2026:48). Ten tweede levert schending van de bijzondere zorgplicht uitdrukkelijk een onrechtmatige daad op jegens de aspirant-cliënt (AUA202600316 KG, r.o. 4.6): naast een bevel op straffe van een dwangsom – hier Afl. 5.000 per dag tot maximaal Afl. 1.000.000 – dreigt dus een schadeclaim. De vraag of integriteitsrisico’s kunnen worden beheerst met voorwaarden aan de rekening (geen contanten, drempels, verhoogde monitoring) heeft het Gerecht in februari uitdrukkelijk opengelaten voor een bodemprocedure (r.o. 4.17); in juni werd de bank verweten dat zij die mogelijkheid niet had onderzocht. Daar ligt voor banken de belangrijkste praktische opening.

3. Opzeggen en de-risking: het Hof in maart 2026

Voor bestaande relaties was het Hof al in 2020 streng: een bank die een bijna twintigjarige relatie opzegde op grond van sectorrisico, gedateerde publiciteit en correspondentbankzorgen, werd bevolen de relatie voort te zetten totdat de klant elders onderdak had, omdat zij "te weinig concreet feitenmateriaal" had aangevoerd en niet had meegewerkt aan een oplossing (Gemeenschappelijk Hof 15 mei 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:134). Het Hof waarschuwde toen al dat de-risking tot re-risking leidt en dat ook de FATF zich daartegen heeft uitgesproken.

Op 18 maart 2026 bevestigde het Hof die lijn in een zaak uit Sint Maarten die voor Aruba even relevant is (ECLI:NL:OGHACMB:2026:60). Een bank kondigde aan de rekeningen van twee vennootschappen te beperken omdat de uiteindelijk belanghebbende weigerde de periodieke KYC-vragenformulieren opnieuw in te vullen; volgens hem was er sinds de vorige keer niets veranderd. Het Hof erkent zonder voorbehoud dat een bank wettelijk verplicht en dus jegens haar cliënt bevoegd is om periodiek te verifiëren of haar cliëntgegevens nog juist zijn, en dat zij die bevoegdheid ook aan haar algemene voorwaarden ontleent (r.o. 4.3). Maar de bank verloor, om vier redenen die elke compliance-afdeling zou moeten kennen:

  • Zeg precies wat ontbreekt. De bank maakte niet duidelijk welke informatie zij miste die de cliënt op grond van de voorwaarden had moeten geven; een antwoord als "zelf, consultant" moet worden uitgelegd in het licht van de gestelde vraag, en bij onduidelijkheid horen nadere vragen te volgen vóórdat met opheffing wordt gedreigd (r.o. 4.6).
  • Bied een werkbare vorm. Een schriftelijke, ondertekende verklaring dat de eerder verstrekte gegevens nog actueel zijn, plus een nieuwe handtekeningenkaart, had de bank kunnen voorstellen; van een weigering om dát te doen was niet gebleken (r.o. 4.5 en 4.11).
  • Oude signalen dragen geen nieuwe opzegging. Signalen uit 2018 over hoge overboekingen, waarna de rekeningen weer waren vrijgegeven, waren geen grond voor een beëindiging in 2024 (r.o. 4.7).
  • Toon het nadeel. Dat de bank door de weigering nadeel ondervond – sancties van de toezichthouder, reputatieschade bij collega-banken – was niet gebleken (r.o. 4.8).

De dwangsommen werden gematigd tot USD 100.000 per gesloten rekening en USD 2.500 per dag voor andere overtredingen van het bevel, met een maximum van USD 100.000 (r.o. 4.12), maar de kern staat: de zorgplicht vergt dat de bank meedenkt en meewerkt. Beëindiging omdat het cliëntenonderzoek feitelijk niet kan worden voltooid, staat op de stevige grond van artikel 9 lid 2 Lwtf; beëindiging wegens gewijzigde risicobereidheid is een beleidskeuze die volledig aan de zorgplicht wordt getoetst. Het verschil tussen die twee moet uit het dossier blijken.

4. Handhaving door de Centrale Bank: het boetekader van het Hof

Aan de toezichtkant is de belangrijkste ontwikkeling dat het Hof in drie uitspraken van 14 januari, 11 februari en 18 maart 2026 het beoordelingskader voor Lwtf-boetes heeft vastgelegd (ECLI:NL:OGHACMB:2026:5, 2026:18 en 2026:19, en 2026:49). Zij bouwen voort op twee uitspraken uit 2025 (ECLI:NL:OGHACMB:2025:231 en 2025:264). De belangrijkste regels:

  • Het basisbedrag is hoog. Overtredingen van categorie 2 – waaronder het cliëntenonderzoek, de meldplicht en de doorlopende controle – kennen een wettelijk basisbedrag van Afl. 500.000 per afzonderlijke overtreding, met een maximum van Afl. 1.000.000 (artikel 37 lid 2 Lwtf jo. Landsbesluit). De CBA merkt het meermaals overtreden van één voorschrift in een onderzoeksperiode aan als één overtreding.
  • De Leidraad en het interne kalibratiemodel zijn geldig. De Leidraad kent zeven stappen: ernst en duur, verwijtbaarheid, recidive, objectieve draagkracht, verkregen voordeel, passendheidstoets en geïndividualiseerde draagkracht. Het Hof acht de Leidraad én het niet-gepubliceerde interne kalibratiemodel van de CBA in overeenstemming met de wet; de bestuursrechter toetst wel of de uitkomst in het concrete geval evenredig is en stelt anders de boete zelf vast (ECLI:NL:OGHACMB:2026:18, r.o. 4.1 en 6).
  • De steekproef mag. Een onderzoek dat alle door de instelling zelf gemelde transacties boven de indicatordrempel omvat, is een representatieve steekproef; het percentage te late meldingen bepaalt de ernst (r.o. 7.1). Het Hof voegde daar één correctie aan toe: bij minder dan tien te late of ontbrekende meldingen wordt het berekende percentage "onder de streep" met 12,5% verlaagd, zodat ook het absolute aantal meetelt (r.o. 10.1).
  • Alsnog melden helpt niet. Het op eigen initiatief alsnog melden van een transactie vóór het onderzoek van de CBA levert geen verlaging op: "onverwijld" betekent dat de FIU nog kan ingrijpen, en dat kan niet meer als (veel) te laat wordt gemeld (r.o. 9.1). Ook het ontbreken van benadeling van derden, marktverstoring of financieel voordeel is al in het basisbedrag verdisconteerd.
  • Verscherpt cliëntenonderzoek heeft inhoud. Bij een niet-ingezeten cliënt omvat het verscherpte onderzoek een onderzoek naar de bron van de financiële middelen en een uitgebreid internetonderzoek. Het Hof onderschrijft die invulling, maar oordeelde dat zij pas vanaf het Handboek 2020 (1 januari 2020) kenbaar was: transacties van vóór die datum konden daarom niet worden beboet, een transactie van januari 2021 wel (ECLI:NL:OGHACMB:2026:49, r.o. 13.1).
  • Kleine of grote dienstverlener. De draagkrachtkorting hangt af van de omvang van de instelling volgens de definities van de Leidraad (kleine dienstverlener: ten minste twee van de criteria minder dan tien werknemers, minder dan Afl. 1 miljoen omzet, balanstotaal of eigen vermogen onder Afl. 3 miljoen); de OESO-definitie is niet richtinggevend (r.o. 7.1). Bij kredietinstellingen wordt naar het eigen vermogen gekeken.
  • Termijnen. De bevoegdheid tot boeteoplegging vervalt drie jaar na de dag waarop de niet-naleving is geconstateerd, niet drie jaar na de overtreding zelf (artikel 41 lid 1 sub b Lwtf; ECLI:NL:OGHACMB:2025:231, bevestigd in 2026:49, r.o. 5.1). Duurt de procedure te lang, dan wordt de boete gematigd volgens een vaste staffel: 5% bij minder dan zes maanden overschrijding en 10% tot een jaar, telkens met een maximum van Afl. 2.500; daarboven 5% extra per half jaar, met maxima van Afl. 5.000 (tot twee jaar) en Afl. 10.000 (daarna) (ECLI:NL:OGHACMB:2026:5, r.o. 4.3).
  • Cumulatie. De korting van 10% wegens cumulatie past de CBA alleen toe bij drie of meer boetes; bij twee boetes kan de geïndividualiseerde draagkrachttoets uitkomst bieden (ECLI:NL:OGHACMB:2026:18, r.o. 12.1).
  • Wie is dienstverlener? Een casino-exploitant die met een voorlopige toestemming van de Minister werkt, is dienstverlener in de zin van de Lwtf en kan worden beboet, ook als de definitieve vergunning pas later is verleend (ECLI:NL:OGHACMB:2025:264).

De praktijk laat zien dat het om serieuze bedragen gaat: een bank kreeg voor het niet doorlopend controleren van cliënten en het te laat melden van ongebruikelijke transacties uiteindelijk een boete van Afl. 320.000 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:5); een handelaar in juwelen Afl. 355.812,50 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:49); een projectontwikkelaar Afl. 161.200 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:18). Daar komt bij dat overtredingen ook door natuurlijke personen kunnen worden begaan (artikel 37 lid 3 Lwtf) en dat een onherroepelijke boete of aanwijzing openbaar kan worden gemaakt (artikel 44a Lwtf) – voor een instelling die van correspondentbanken afhankelijk is vaak het zwaarste gevolg.

OnderwerpUitspraakKernregel
Weigering aspirant-cliëntGEA Aruba 5 februari 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:47Weigering houdt stand op actuele, verifieerbare feiten; niet op gedateerde media of inconsequent beleid; subsidiariteit weegt mee.
Afdwingbaar cliëntenonderzoekGEA Aruba 5 februari 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:48Bank kan worden veroordeeld het cliëntenonderzoek uit te voeren en binnen zes weken af te ronden.
Laatste deur dichtGEA Aruba 3 juni 2026, AUA202600316 KGCategorale sectoruitsluiting ongeoorloofd; correspondentbank-argument moet worden bewezen; bevel tot openen met dwangsom; schending zorgplicht = onrechtmatige daad.
Opzegging / periodieke KYCHof 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:60Periodieke verificatie is bevoegdheid, maar bank moet concreet zeggen wat ontbreekt en een werkbare vorm bieden; oude signalen dragen geen nieuwe opzegging.
Boetekader CBAHof 11 februari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:18 en 19Leidraad en kalibratiemodel geldig; steekproef van gemelde transacties representatief; 12,5%-correctie onder tien meldingen; alsnog melden geen verlaging.
Verscherpt onderzoekHof 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:49Bron van middelen en internetonderzoek horen bij verscherpt onderzoek (sinds Handboek 2020); vervaltermijn loopt vanaf constatering.
Redelijke termijnHof 14 januari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:5Staffel van 5%/10% met maxima van Afl. 2.500, 5.000 en 10.000.

5. UBO, PEP en de niet-ingezeten cliënt

Bij internationale klanten strandt het onderzoek zelden op de rechtspersoon zelf, maar op de vraag wie erachter zit. De Regeling uiteindelijk belanghebbende LWTF (AB 2021 no. 153) werkt getrapt: eerst de natuurlijke persoon die rechtstreeks of indirect meer dan 25% van het kapitaalbelang of de stemrechten houdt; bij twijfel of afwezigheid degene die op andere wijze feitelijke zeggenschap kan uitoefenen; en pas als ook dat niet kan worden achterhaald, degene die met de algehele leiding is belast. Bij trusts geldt een cumulatieve kring: oprichter, trustee, protector, begunstigden en ieder ander met uiteindelijke zeggenschap. Wie de statutair bestuurder als UBO registreert zonder de eerste twee stappen te documenteren, heeft geen UBO vastgesteld maar een veld ingevuld.

Is de UBO of de cliënt geen ingezetene, dan is verscherpt onderzoek verplicht (artikel 11 lid 1 sub a Lwtf) – en het Hof heeft in maart 2026 bevestigd wat dat minimaal inhoudt: bron van de middelen en een gedocumenteerd internetonderzoek. Is de UBO een politiek prominent persoon, dan moet het aangaan of voortzetten van de relatie op directieniveau worden goedgekeurd en moet de bron van het vermogen worden vastgesteld; die status werkt vijf jaar door en strekt zich uit tot familieleden en naaste geassocieerden (artikel 12 Lwtf). De rechtspraak van 2026 voegt daar een civiele les aan toe: wat de bank in dit onderzoek vindt, moet actueel en verifieerbaar zijn, want alleen dat draagt later een weigering of opzegging.

6. Melden, opschorten en sancties: de FIU-Aruba in 2026

De meldplicht blijft de bepaling waarop de meeste boetes worden gebaseerd. Op 1 april 2026 publiceerde de FIU-Aruba een praktische richtsnoer over het melden van ongebruikelijke transacties, bedoeld om dienstverleners te helpen hun meldplicht na te komen. Uit het jaarverslag 2025 van de FIU blijkt dat in dat jaar 61.704 ongebruikelijke transacties zijn gemeld, ruim tien procent meer dan in 2024, met casino’s als grootste melder onder de niet-financiële dienstverleners en met vastgoed, virtuele activa en de transparantie van uiteindelijk belanghebbenden als aandachtspunten. Wie te goeder trouw meldt, is gevrijwaard van civiele aansprakelijkheid jegens derden (artikel 30 Lwtf) en de gemelde gegevens kunnen niet tegen de melder zelf worden gebruikt (artikel 29 Lwtf); daartegenover staat het verbod om de cliënt over de melding te informeren (artikel 31 Lwtf). Sinds 2021 kan de FIU bovendien een transactie laten opschorten (artikel 28a Lwtf); een dienstverlener voldoet daaraan onverwijld.

Ook het sanctierecht vroeg in 2026 om aandacht. In juni 2026 publiceerde de FIU-Aruba richtsnoeren over de herinvoering van de VN-sancties tegen Iran en de daaraan verbonden meldverplichtingen, en per 1 juli 2026 is Zimbabwe niet langer onderworpen aan gerichte financiële sancties onder het tijdelijke landsbesluit inzake prioritaire sanctieregimes. Sanctiescreening is daarmee geen statische lijstcontrole meer, maar een proces dat de instelling per wijziging moet kunnen aantonen.

7. Wat dit betekent: een agenda voor banken en hun cliënten

Voor financiële instellingen

  • Schrijf elke afwijzings- en opzeggingsbrief alsof de rechter hem leest. In 2026 zijn de e-mails van banken woordelijk in vonnissen opgenomen. Benoem de concrete, actuele feiten; vermijd sectorlabels en gedateerde publiciteit.
  • Onderscheid artikel 9 lid 2 Lwtf van risicobereidheid. Kan het cliëntenonderzoek niet worden voltooid, leg dan vast wat is gevraagd, wanneer, met welke termijn en wat is ontvangen. Is het een beleidskeuze, reken dan op volledige toetsing aan de zorgplicht en op de plicht om mee te werken aan een oplossing.
  • Onderzoek een gemitigeerd aanbod vóór de weigering. Rekening zonder contantenfaciliteit, drempels, verhoogde monitoring, contractuele informatieplichten: leg vast waarom dat wel of niet volstaat. Dat verwijt was in juni 2026 beslissend.
  • Documenteer het correspondentbank-argument. Wie is benaderd, wanneer, met welke vraag, met welk antwoord.
  • Meld op tijd, niet alsnog. Het Hof kent geen verzachting toe aan spontane late meldingen. Investeer in de detectie van objectieve indicatoren en in de doorlooptijd tussen signaal en melding.
  • Toets uw verscherpte onderzoek aan het Handboek 2020. Bron van middelen, internetonderzoek, PEP-goedkeuring op directieniveau, vastlegging per stap van de UBO-bepaling.
  • Ken de boeteberekening. Wie in een zienswijze op een voornemen (artikel 38a Lwtf) de zeven stappen van de Leidraad, de omvang-definitie en de 12,5%-correctie beheerst, onderhandelt op een ander niveau. Vergeet de redelijke termijn niet: die begint bij de voornemenbrief.

Voor ondernemingen tegenover een bank

  • Lever het volledige dossier, inclusief context. In de Princess-reeks besliste één ontbrekend stuk – het onderliggende verzoek aan de Minister – over het verschil tussen verlies en winst.
  • Werk mee, ook als u het niet eens bent. De cliënt die in maart 2026 won, had de wet en de voorwaarden nageleefd; de bank had hem geen werkbare vorm geboden. Wie informatie weigert, verliest de bescherming van de zorgplicht.
  • Vraag om een gemotiveerde beslissing en om alternatieven. Een bank die niet onderzoekt of een rekening onder voorwaarden mogelijk is, loopt een reëel procesrisico.
  • Kort geding is een reëel instrument. Bevel tot cliëntenonderzoek, bevel tot openen of voortzetten, dwangsommen en – sinds juni 2026 uitdrukkelijk – een grondslag voor schadevergoeding.

Tot slot

De rode draad van 2025 en 2026 is consistent. De toezichthouder mag streng zijn en de rechter steunt haar boetekader; tegelijk verlangt dezelfde rechter van banken dat zij hun beslissingen over cliënten op actuele, concrete en verifieerbare feiten bouwen, dat zij meedenken over oplossingen en dat zij hun cliëntenonderzoek daadwerkelijk uitvoeren in plaats van er een sectorbeleid voor in de plaats te stellen. Compliance en zorgplicht zijn geen tegenpolen, maar twee kanten van hetzelfde dossier. Wie dat dossier op orde heeft, staat sterk bij de CBA én bij de rechter.

Glas & Glas Attorneys and Legal Consultancy adviseert financiële instellingen, trustkantoren, casino’s en vastgoedondernemingen over Lwtf-compliance, zienswijzen en beroep tegen boetes van de Centrale Bank, en over de civielrechtelijke kant van onboarding, opzegging en de-risking. Wij staan ook ondernemingen bij die met een geweigerde of opgezegde bankrelatie worden geconfronteerd. In het Nederlands, Engels, Spaans en Papiamento.

Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en is gebaseerd op de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (AB 2011 no. 28, zoals laatstelijk gewijzigd bij AB 2021 no. 143), de daarop gebaseerde regelingen, publicaties van de Centrale Bank van Aruba en de FIU-Aruba, en uitspraken die tot en met augustus 2026 op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Het vonnis van 3 juni 2026 (AUA202600316 KG) is niet gepubliceerd; daaruit wordt geciteerd op basis van het ons ter beschikking staande afschrift. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Bronnen

  • Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf), AB 2011 no. 28, laatstelijk gewijzigd bij AB 2021 no. 143: o.a. art. 1, 3, 3a, 5, 8, 9, 11, 12, 26, 28a, 29–31, 33, 37–41, 44a, 47–48
  • Regeling uiteindelijk belanghebbende LWTF (Ministeriële regeling van 14 september 2021, AB 2021 no. 153); Landsbesluit grondslagen bestuurlijke handhaving Lwtf; Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties (AB 2012 no. 47)
  • Centrale Bank van Aruba, AML/CFT Handbook (versie 1 januari 2020); Leidraad vaststellen van de hoogte van bestuurlijke boetes; Questions and Answers regarding the AML/CFT State Ordinance
  • FIU-Aruba, Practical Guidance on the Reporting of Unusual Transactions (1 april 2026); richtsnoeren herinvoering VN-sancties Iran (12 juni 2026); mededeling prioritaire sanctieregimes Zimbabwe (1 juli 2026); Annual Report 2025
  • Gerecht in eerste aanleg van Aruba 5 februari 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:47, ECLI:NL:OGEAA:2026:48 en ECLI:NL:OGEAA:2026:49 (weigering bankrekening; cliëntenonderzoek)
  • Gerecht in eerste aanleg van Aruba 3 juni 2026, AUA202600316 KG (bevel tot openen bankrekening; categorale uitsluiting; correspondentbanken)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:60 (Sint Maarten; voorgenomen beperking/opzegging rekeningen; zorgplicht en compliance)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 15 mei 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:134 (opzegging bankrelatie; de-risking)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 14 januari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:5 (boete kredietinstelling; redelijke termijn)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 11 februari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:18 en ECLI:NL:OGHACMB:2026:19 (beoordelingskader Lwtf-boetes; Leidraad; steekproef)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:49 (verscherpt cliëntenonderzoek; vervaltermijn; omvang dienstverlener)
  • Gemeenschappelijk Hof van Justitie 17 september 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:231 en 5 november 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:264 (vervaltermijn; begrip dienstverlener bij casino)
  • Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652 (bijzondere zorgplicht bank; toegang tot betaalrekening)
Veelgestelde vragen

Mag een bank op Aruba weigeren een zakelijke rekening te openen?

Ja, maar alleen op actuele, verifieerbare feiten. Gedateerde adverse media, inconsequent intern beleid, een categorale uitsluiting van een hele sector of een niet-onderbouwd beroep op correspondentbanken volstaan niet (Gerecht in eerste aanleg van Aruba, 5 februari en 3 juni 2026). Zodra elke bank heeft geweigerd, weegt het belang van de aanvrager beslissend en kan de bank op straffe van een dwangsom tot openen worden veroordeeld.

Mag een bank mijn rekening opzeggen omdat ik de KYC-formulieren niet opnieuw heb ingevuld?

Een bank mag periodiek verifiëren of uw gegevens nog juist zijn. Maar het Hof oordeelde op 18 maart 2026 dat de bank concreet moet zeggen welke informatie ontbreekt, een werkbare vorm moet bieden (zoals een ondertekende bevestiging dat er niets is veranderd) en zich niet op oude signalen kan beroepen; anders is de opzegging niet gerechtvaardigd.

Hoe hoog zijn de Lwtf-boetes van de Centrale Bank?

Voor overtredingen van categorie 2, zoals cliëntenonderzoek, doorlopende controle en melden, is het wettelijke basisbedrag Afl. 500.000 per overtreding, met een maximum van Afl. 1.000.000. Het Hof bevestigde in 2026 de Leidraad met zeven stappen van de CBA; recente boetes liepen van Afl. 161.200 tot Afl. 355.812,50.

Helpt het om een ongebruikelijke transactie alsnog te melden?

Nee. Het Hof oordeelde in februari 2026 dat een te late melding op eigen initiatief geen verlaging oplevert: "onverwijld" betekent dat de FIU nog kan ingrijpen. Melden moet direct nadat het ongebruikelijke karakter bekend is geworden.

Vragen over Lwtf-compliance, een boete van de Centrale Bank of een geweigerde bankrekening?

Wij adviseren financiële instellingen, trustkantoren, casino's en vastgoedondernemingen, en staan ondernemingen bij die met een geweigerde of opgezegde bankrelatie worden geconfronteerd, in het Nederlands, Engels, Spaans of Papiamento.

Vraag een consult aan → WhatsApp ons