Voor de Arubaanse financiële sector was 2026 tot nu toe een jaar van uitspraken. In nog geen vijf maanden heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie het toetsingskader voor bestuurlijke boetes onder de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf) uitgeschreven, heeft hetzelfde Hof een bank teruggefloten die rekeningen wilde beperken omdat een cliënt zijn KYC-formulieren niet opnieuw wilde invullen, en heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba in twee ronden beslist wanneer een bank een aspirant-cliënt mag weigeren – en wanneer zij tot het openen van een rekening kan worden veroordeeld. Daar kwamen nieuwe richtsnoeren van de FIU-Aruba over het melden van ongebruikelijke transacties en over sancties bij.

Wie in een bank, een trustkantoor, een casino of een vastgoedonderneming verantwoordelijk is voor compliance of juridische zaken, moet deze ontwikkelingen kennen. Hetzelfde geldt voor de ondernemer die tegenover die instelling staat. In dit artikel zetten wij de stand van zaken op een rij, uitsluitend op basis van de wet, de gepubliceerde rechtspraak en de officiële publicaties van de toezichthouders. Glas & Glas adviseert en procedeert aan beide kanten van deze verhouding: voor financiële instellingen én voor hun (aspirant-)cliënten.
Een Arubaanse bank staat onder twee regimes die niet altijd dezelfde kant op wijzen. Aan de ene kant de Lwtf (AB 2011 no. 28, laatst gewijzigd bij AB 2021 no. 143), met daaronder het AML/CFT Handboek van de Centrale Bank van Aruba (CBA) van 1 januari 2020, de Regeling uiteindelijk belanghebbende LWTF (AB 2021 no. 153), het Landsbesluit grondslagen bestuurlijke handhaving Lwtf en de Leidraad van de CBA voor de hoogte van boetes. Die regels verplichten tot cliëntenonderzoek vóór het aangaan van een relatie (artikel 3 jo. 8 Lwtf), tot verscherpt onderzoek bij een hoger risico – uitdrukkelijk ook als de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende geen ingezetene van Aruba is (artikel 11 lid 1 sub a Lwtf) –, tot doorlopende controle van de relatie (artikel 3 lid 1 sub d Lwtf), tot het onverwijld melden van ongebruikelijke transacties (artikel 26 Lwtf) en tot het beëindigen van een relatie waarin het onderzoek niet langer kan worden voltooid (artikel 9 lid 2 Lwtf). De wijziging van 2021 voegde daar onder meer de bestrijding van proliferatiefinanciering en de bevoegdheid van de FIU-Aruba aan toe om een transactie tot vijf werkdagen (te verlengen tot vijftien) te laten opschorten (artikel 28a Lwtf).
Aan de andere kant staat het civiele recht. Vanwege haar maatschappelijke functie rust op een bank een bijzondere zorgplicht, ook jegens wie nog geen cliënt is. Zonder betaalrekening is deelname aan het economisch verkeer vrijwel onmogelijk. De Arubaanse rechter sluit daarvoor aan bij de Hoge Raad (HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652): contractsvrijheid is het uitgangspunt, maar niet onbegrensd, en de uitkomst is een belangenafweging in het concrete geval. Een opzegging wordt bovendien getoetst aan de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW. Het spanningsveld tussen deze twee regimes is precies waar de rechtspraak van 2025 en 2026 over gaat.
De meest besproken zaken van dit jaar betreffen een casino-exploitant die bij alle vier de commerciële banken van Aruba een zakelijke rekening aanvroeg en overal werd geweigerd. Op 5 februari 2026 deed het Gerecht in eerste aanleg drie uitspraken tegelijk (ECLI:NL:OGEAA:2026:47, 48 en 49). Op 3 juni 2026 volgde de vierde (AUA202600316 KG). Samen vormen zij het huidige Arubaanse toetsingskader voor het weigeren van een cliënt.
Twee overwegingen hebben gevolgen die verder reiken dan dit dossier. Ten eerste kan de rechter een bank veroordelen om het cliëntenonderzoek daadwerkelijk uit te voeren en binnen een termijn af te ronden, ook waar zij (nog) niet tot contracteren wordt gedwongen (ECLI:NL:OGEAA:2026:48). Ten tweede levert schending van de bijzondere zorgplicht uitdrukkelijk een onrechtmatige daad op jegens de aspirant-cliënt (AUA202600316 KG, r.o. 4.6): naast een bevel op straffe van een dwangsom – hier Afl. 5.000 per dag tot maximaal Afl. 1.000.000 – dreigt dus een schadeclaim. De vraag of integriteitsrisico’s kunnen worden beheerst met voorwaarden aan de rekening (geen contanten, drempels, verhoogde monitoring) heeft het Gerecht in februari uitdrukkelijk opengelaten voor een bodemprocedure (r.o. 4.17); in juni werd de bank verweten dat zij die mogelijkheid niet had onderzocht. Daar ligt voor banken de belangrijkste praktische opening.
Voor bestaande relaties was het Hof al in 2020 streng: een bank die een bijna twintigjarige relatie opzegde op grond van sectorrisico, gedateerde publiciteit en correspondentbankzorgen, werd bevolen de relatie voort te zetten totdat de klant elders onderdak had, omdat zij "te weinig concreet feitenmateriaal" had aangevoerd en niet had meegewerkt aan een oplossing (Gemeenschappelijk Hof 15 mei 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:134). Het Hof waarschuwde toen al dat de-risking tot re-risking leidt en dat ook de FATF zich daartegen heeft uitgesproken.
Op 18 maart 2026 bevestigde het Hof die lijn in een zaak uit Sint Maarten die voor Aruba even relevant is (ECLI:NL:OGHACMB:2026:60). Een bank kondigde aan de rekeningen van twee vennootschappen te beperken omdat de uiteindelijk belanghebbende weigerde de periodieke KYC-vragenformulieren opnieuw in te vullen; volgens hem was er sinds de vorige keer niets veranderd. Het Hof erkent zonder voorbehoud dat een bank wettelijk verplicht en dus jegens haar cliënt bevoegd is om periodiek te verifiëren of haar cliëntgegevens nog juist zijn, en dat zij die bevoegdheid ook aan haar algemene voorwaarden ontleent (r.o. 4.3). Maar de bank verloor, om vier redenen die elke compliance-afdeling zou moeten kennen:
De dwangsommen werden gematigd tot USD 100.000 per gesloten rekening en USD 2.500 per dag voor andere overtredingen van het bevel, met een maximum van USD 100.000 (r.o. 4.12), maar de kern staat: de zorgplicht vergt dat de bank meedenkt en meewerkt. Beëindiging omdat het cliëntenonderzoek feitelijk niet kan worden voltooid, staat op de stevige grond van artikel 9 lid 2 Lwtf; beëindiging wegens gewijzigde risicobereidheid is een beleidskeuze die volledig aan de zorgplicht wordt getoetst. Het verschil tussen die twee moet uit het dossier blijken.
Aan de toezichtkant is de belangrijkste ontwikkeling dat het Hof in drie uitspraken van 14 januari, 11 februari en 18 maart 2026 het beoordelingskader voor Lwtf-boetes heeft vastgelegd (ECLI:NL:OGHACMB:2026:5, 2026:18 en 2026:19, en 2026:49). Zij bouwen voort op twee uitspraken uit 2025 (ECLI:NL:OGHACMB:2025:231 en 2025:264). De belangrijkste regels:
De praktijk laat zien dat het om serieuze bedragen gaat: een bank kreeg voor het niet doorlopend controleren van cliënten en het te laat melden van ongebruikelijke transacties uiteindelijk een boete van Afl. 320.000 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:5); een handelaar in juwelen Afl. 355.812,50 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:49); een projectontwikkelaar Afl. 161.200 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:18). Daar komt bij dat overtredingen ook door natuurlijke personen kunnen worden begaan (artikel 37 lid 3 Lwtf) en dat een onherroepelijke boete of aanwijzing openbaar kan worden gemaakt (artikel 44a Lwtf) – voor een instelling die van correspondentbanken afhankelijk is vaak het zwaarste gevolg.
| Onderwerp | Uitspraak | Kernregel |
|---|---|---|
| Weigering aspirant-cliënt | GEA Aruba 5 februari 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:47 | Weigering houdt stand op actuele, verifieerbare feiten; niet op gedateerde media of inconsequent beleid; subsidiariteit weegt mee. |
| Afdwingbaar cliëntenonderzoek | GEA Aruba 5 februari 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:48 | Bank kan worden veroordeeld het cliëntenonderzoek uit te voeren en binnen zes weken af te ronden. |
| Laatste deur dicht | GEA Aruba 3 juni 2026, AUA202600316 KG | Categorale sectoruitsluiting ongeoorloofd; correspondentbank-argument moet worden bewezen; bevel tot openen met dwangsom; schending zorgplicht = onrechtmatige daad. |
| Opzegging / periodieke KYC | Hof 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:60 | Periodieke verificatie is bevoegdheid, maar bank moet concreet zeggen wat ontbreekt en een werkbare vorm bieden; oude signalen dragen geen nieuwe opzegging. |
| Boetekader CBA | Hof 11 februari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:18 en 19 | Leidraad en kalibratiemodel geldig; steekproef van gemelde transacties representatief; 12,5%-correctie onder tien meldingen; alsnog melden geen verlaging. |
| Verscherpt onderzoek | Hof 18 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:49 | Bron van middelen en internetonderzoek horen bij verscherpt onderzoek (sinds Handboek 2020); vervaltermijn loopt vanaf constatering. |
| Redelijke termijn | Hof 14 januari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:5 | Staffel van 5%/10% met maxima van Afl. 2.500, 5.000 en 10.000. |
Bij internationale klanten strandt het onderzoek zelden op de rechtspersoon zelf, maar op de vraag wie erachter zit. De Regeling uiteindelijk belanghebbende LWTF (AB 2021 no. 153) werkt getrapt: eerst de natuurlijke persoon die rechtstreeks of indirect meer dan 25% van het kapitaalbelang of de stemrechten houdt; bij twijfel of afwezigheid degene die op andere wijze feitelijke zeggenschap kan uitoefenen; en pas als ook dat niet kan worden achterhaald, degene die met de algehele leiding is belast. Bij trusts geldt een cumulatieve kring: oprichter, trustee, protector, begunstigden en ieder ander met uiteindelijke zeggenschap. Wie de statutair bestuurder als UBO registreert zonder de eerste twee stappen te documenteren, heeft geen UBO vastgesteld maar een veld ingevuld.
Is de UBO of de cliënt geen ingezetene, dan is verscherpt onderzoek verplicht (artikel 11 lid 1 sub a Lwtf) – en het Hof heeft in maart 2026 bevestigd wat dat minimaal inhoudt: bron van de middelen en een gedocumenteerd internetonderzoek. Is de UBO een politiek prominent persoon, dan moet het aangaan of voortzetten van de relatie op directieniveau worden goedgekeurd en moet de bron van het vermogen worden vastgesteld; die status werkt vijf jaar door en strekt zich uit tot familieleden en naaste geassocieerden (artikel 12 Lwtf). De rechtspraak van 2026 voegt daar een civiele les aan toe: wat de bank in dit onderzoek vindt, moet actueel en verifieerbaar zijn, want alleen dat draagt later een weigering of opzegging.
De meldplicht blijft de bepaling waarop de meeste boetes worden gebaseerd. Op 1 april 2026 publiceerde de FIU-Aruba een praktische richtsnoer over het melden van ongebruikelijke transacties, bedoeld om dienstverleners te helpen hun meldplicht na te komen. Uit het jaarverslag 2025 van de FIU blijkt dat in dat jaar 61.704 ongebruikelijke transacties zijn gemeld, ruim tien procent meer dan in 2024, met casino’s als grootste melder onder de niet-financiële dienstverleners en met vastgoed, virtuele activa en de transparantie van uiteindelijk belanghebbenden als aandachtspunten. Wie te goeder trouw meldt, is gevrijwaard van civiele aansprakelijkheid jegens derden (artikel 30 Lwtf) en de gemelde gegevens kunnen niet tegen de melder zelf worden gebruikt (artikel 29 Lwtf); daartegenover staat het verbod om de cliënt over de melding te informeren (artikel 31 Lwtf). Sinds 2021 kan de FIU bovendien een transactie laten opschorten (artikel 28a Lwtf); een dienstverlener voldoet daaraan onverwijld.
Ook het sanctierecht vroeg in 2026 om aandacht. In juni 2026 publiceerde de FIU-Aruba richtsnoeren over de herinvoering van de VN-sancties tegen Iran en de daaraan verbonden meldverplichtingen, en per 1 juli 2026 is Zimbabwe niet langer onderworpen aan gerichte financiële sancties onder het tijdelijke landsbesluit inzake prioritaire sanctieregimes. Sanctiescreening is daarmee geen statische lijstcontrole meer, maar een proces dat de instelling per wijziging moet kunnen aantonen.
De rode draad van 2025 en 2026 is consistent. De toezichthouder mag streng zijn en de rechter steunt haar boetekader; tegelijk verlangt dezelfde rechter van banken dat zij hun beslissingen over cliënten op actuele, concrete en verifieerbare feiten bouwen, dat zij meedenken over oplossingen en dat zij hun cliëntenonderzoek daadwerkelijk uitvoeren in plaats van er een sectorbeleid voor in de plaats te stellen. Compliance en zorgplicht zijn geen tegenpolen, maar twee kanten van hetzelfde dossier. Wie dat dossier op orde heeft, staat sterk bij de CBA én bij de rechter.
Glas & Glas Attorneys and Legal Consultancy adviseert financiële instellingen, trustkantoren, casino’s en vastgoedondernemingen over Lwtf-compliance, zienswijzen en beroep tegen boetes van de Centrale Bank, en over de civielrechtelijke kant van onboarding, opzegging en de-risking. Wij staan ook ondernemingen bij die met een geweigerde of opgezegde bankrelatie worden geconfronteerd. In het Nederlands, Engels, Spaans en Papiamento.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en is gebaseerd op de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (AB 2011 no. 28, zoals laatstelijk gewijzigd bij AB 2021 no. 143), de daarop gebaseerde regelingen, publicaties van de Centrale Bank van Aruba en de FIU-Aruba, en uitspraken die tot en met augustus 2026 op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Het vonnis van 3 juni 2026 (AUA202600316 KG) is niet gepubliceerd; daaruit wordt geciteerd op basis van het ons ter beschikking staande afschrift. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.
Ja, maar alleen op actuele, verifieerbare feiten. Gedateerde adverse media, inconsequent intern beleid, een categorale uitsluiting van een hele sector of een niet-onderbouwd beroep op correspondentbanken volstaan niet (Gerecht in eerste aanleg van Aruba, 5 februari en 3 juni 2026). Zodra elke bank heeft geweigerd, weegt het belang van de aanvrager beslissend en kan de bank op straffe van een dwangsom tot openen worden veroordeeld.
Een bank mag periodiek verifiëren of uw gegevens nog juist zijn. Maar het Hof oordeelde op 18 maart 2026 dat de bank concreet moet zeggen welke informatie ontbreekt, een werkbare vorm moet bieden (zoals een ondertekende bevestiging dat er niets is veranderd) en zich niet op oude signalen kan beroepen; anders is de opzegging niet gerechtvaardigd.
Voor overtredingen van categorie 2, zoals cliëntenonderzoek, doorlopende controle en melden, is het wettelijke basisbedrag Afl. 500.000 per overtreding, met een maximum van Afl. 1.000.000. Het Hof bevestigde in 2026 de Leidraad met zeven stappen van de CBA; recente boetes liepen van Afl. 161.200 tot Afl. 355.812,50.
Nee. Het Hof oordeelde in februari 2026 dat een te late melding op eigen initiatief geen verlaging oplevert: "onverwijld" betekent dat de FIU nog kan ingrijpen. Melden moet direct nadat het ongebruikelijke karakter bekend is geworden.
Wij adviseren financiële instellingen, trustkantoren, casino's en vastgoedondernemingen, en staan ondernemingen bij die met een geweigerde of opgezegde bankrelatie worden geconfronteerd, in het Nederlands, Engels, Spaans of Papiamento.
Vraag een consult aan → WhatsApp ons