Als ouders uit elkaar gaan, blijft één ding altijd staan: de kinderen moeten verzorgd en opgevoed worden, en dat kost geld. Beide ouders moeten daaraan bijdragen. Ook tussen ex-echtgenoten kan na een scheiding een verplichting bestaan om financieel bij te dragen. In dit artikel leggen wij in gewone taal uit hoe kinderalimentatie en partneralimentatie op Aruba werken: wat de wet zegt, hoe de rechter rekent, welke bedragen daarbij gebruikelijk zijn en wat u zelf kunt doen om een procedure goed voor te bereiden.

Wij baseren ons daarbij uitsluitend op het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) en op gepubliceerde uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Aan het einde van dit artikel vindt u de bronnen.
Kinderalimentatie is de bijdrage die een ouder betaalt in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kind. Deze verplichting staat los van de vraag of de ouders getrouwd waren. Ook ouders die nooit getrouwd zijn geweest, of die alleen kort een relatie hadden, zijn allebei onderhoudsplichtig voor hun kind.
Partneralimentatie is een bijdrage in het levensonderhoud van de ex-partner zelf. Deze bestaat op Aruba in beginsel alleen na een huwelijk (of geregistreerd partnerschap). Voor mensen die ongehuwd hebben samengewoond gelden andere, strengere regels. Daarover leest u meer in hoofdstuk 7.
De rechter behandelt beide soorten alimentatie afzonderlijk, maar ze hangen wel met elkaar samen: kinderalimentatie gaat altijd vóór partneralimentatie. Eerst worden de kinderen verzorgd, daarna wordt gekeken of er nog ruimte is voor een bijdrage aan de ex-partner.
Artikel 1:404 BWA is duidelijk: ouders voorzien naar draagkracht in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dat geldt voor de vader én de moeder. De ouder bij wie het kind woont, draagt bij in natura (het kind woont in huis, eet mee, wordt verzorgd) en betaalt een deel van de kosten uit eigen zak. De andere ouder betaalt zijn of haar aandeel in geld: dat is de kinderalimentatie.
De verplichting geldt ook voor de man die het kind heeft verwekt maar het niet heeft erkend (artikel 1:394 BWA), en – zolang het huwelijk duurt – voor een stiefouder ten aanzien van de kinderen van zijn of haar echtgenoot die tot het gezin behoren (artikel 1:395 BWA).
Voor minderjarige kinderen (tot 18 jaar) bestaat de onderhoudsplicht altijd, ongeacht of het kind zelf iets verdient. Maar de plicht stopt niet bij 18 jaar. Op grond van artikel 1:395a BWA moeten ouders ook voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun kinderen tot 21 jaar. Volgt het kind een studie die niet vóór het 21e jaar kan zijn afgerond, dan loopt de verplichting door totdat de studie redelijkerwijs kan zijn voltooid, maar uiterlijk tot het 25e jaar.
Een door de rechter vastgestelde kinderalimentatie loopt na de 18e verjaardag van het kind automatisch door als bijdrage in levensonderhoud en studie (artikel 1:395b BWA). Er hoeft dus geen nieuwe procedure te worden gestart.
Ouders mogen zelf afspraken maken over de hoogte van de kinderalimentatie. Zo'n afspraak kan ook op de zitting worden gemaakt en door de rechter in de beschikking worden vastgelegd, zoals het Hof deed in een zaak uit 2024 waarin de vader ter zitting instemde met Afl. 450 per maand. Wat niet kan, is dat een ouder helemaal afziet van kinderalimentatie: afspraken waarbij van het wettelijk verschuldigde levensonderhoud wordt afgezien, zijn nietig (artikel 1:400 lid 2 BWA).
De wet geeft twee maatstaven: de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders (artikel 1:397 BWA). De Arubaanse rechter werkt dit uit in drie stappen. Anders dan in Nederland worden op Aruba geen uitgebreide tabellen en rekenprogramma's gebruikt. De rechters werken met een aantal vaste richtbedragen ('normbedragen') die in vrijwel elke beschikking terugkomen. Het Hof heeft in juni 2026 nog eens bevestigd dat het niet gebonden is aan deze richtlijnen van de Gerechten, maar ze wel tot richtsnoer neemt, zeker als beide partijen zich erbij aansluiten.
Het Gerecht gaat uit van een gemiddeld bedrag aan kosten van verzorging en opvoeding per kind per maand. Uit de gepubliceerde uitspraken blijkt het volgende beeld:
In deze normbedragen zitten de gewone kosten al verwerkt: schoolkosten, kleding, schooluniformen en recreatie. Die hoeft u dus niet apart op te voeren; de rechter telt ze niet nog eens mee.
Het normbedrag wordt wél verhoogd met bijzondere, noodzakelijke uitgaven die er niet in zitten. Uit de rechtspraak blijkt dat de rechter bijvoorbeeld rekening houdt met de kosten van kinderopvang of crèche (in een zaak uit 2025 Afl. 450 per kind), naschoolse opvang, noodzakelijk transport (Afl. 125 tot Afl. 150 per kind), sport en zwemles, en medisch noodzakelijke kosten die niet door de verzekering worden vergoed. Voorwaarde is steeds dat u de noodzaak en de hoogte van die kosten met bewijsstukken aannemelijk maakt. Kosten die niet worden onderbouwd, of die al door de AZV of een werkgeversverzekering worden vergoed, tellen niet mee.
Vervolgens berekent de rechter voor beide ouders afzonderlijk hoeveel zij maandelijks overhouden om aan de kosten van het kind bij te dragen. Dat gaat als volgt.
Netto-inkomen. Uitgangspunt is het gemiddelde netto maandloon, blijkend uit de loonstroken. Vakantiegeld, dertiende maand, bonussen, overwerk en gratificaties worden meegeteld en omgerekend naar een bedrag per maand. Bij een eigen bedrijf kijkt de rechter naar de jaarrekeningen en belastingaangiften, en ook naar privé-opnames uit de onderneming. Inkomsten uit verhuur tellen mee.
Forfait eigen levensonderhoud: Afl. 1.400. Iedere ouder mag een vast bedrag van Afl. 1.400 per maand aftrekken voor zijn of haar eigen levensonderhoud. In dat bedrag zitten volgens de rechter al de redelijke kosten van elektriciteit, water, telefoon, internet en kabel, autogebruik en persoonlijke verzorging. Die kosten worden dus niet nog eens apart afgetrokken, ook niet als u ze werkelijk maakt.
Noodzakelijke vaste lasten die voorrang hebben. Daarnaast houdt de rechter rekening met vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven kinderalimentatie. Dat zijn in de praktijk vooral de (kale) huur of hypotheek en aantoonbaar noodzakelijke leningen. Ook de alimentatie voor een kind uit een andere relatie wordt meegenomen (in 2025 rekende het Hof daarvoor Afl. 450).
Wat niet meetelt. De rechter is streng voor uitgaven die een ouder zelf heeft gekozen. Enkele voorbeelden uit de rechtspraak: een lening voor een dure SUV werd maar voor de helft meegerekend, omdat een kleinere auto ook had volstaan; creditcardschulden, roodstand, een onbetaalde rekening voor een computer of telefoon, cursussen en opleidingen en een niet-onderbouwde lening bleven buiten beschouwing. De regel is: een persoonlijke keuze mag geen voorrang krijgen boven de onderhoudsplicht voor de kinderen.
Wat na aftrek van het forfait en de noodzakelijke lasten van het netto-inkomen overblijft, is de draagkracht van die ouder.
De kosten van het kind worden over beide ouders verdeeld naar verhouding van hun draagkracht (artikel 1:397 lid 2 BWA). Verdient de ene ouder veel meer dan de andere, dan betaalt die ouder ook een groter deel. De bijdrage van de niet-verzorgende ouder kan nooit hoger zijn dan zijn of haar draagkracht, en ook niet hoger dan de behoefte van het kind.
| Rekenvoorbeeld (naar Hof 4 februari 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:30) | Per maand |
|---|---|
| Behoefte kind 1: normbedrag Afl. 450 + crèche Afl. 450 | Afl. 900 |
| Behoefte kind 2: normbedrag Afl. 450 + crèche Afl. 450 | Afl. 900 |
| Totale behoefte van de kinderen | Afl. 1.800 |
| Moeder: netto-inkomen Afl. 3.205 – forfait Afl. 1.400 – kale huur Afl. 900 | Afl. 905 (afgerond 900) |
| Vader: netto-inkomen Afl. 5.656 – forfait Afl. 1.400 – noodzakelijke leningen Afl. 1.707 – alimentatie ander kind Afl. 450 | Afl. 2.100 (afgerond) |
| Gezamenlijke draagkracht | Afl. 3.000 |
| Aandeel vader: 2.100 / 3.000 × 1.800 | Afl. 1.260 |
| Kinderalimentatie vader per kind (1.260 / 2) | Afl. 630 |
| Aandeel moeder: 900 / 3.000 × 1.800 (blijft in eigen huishouden) | Afl. 540 |
In dit voorbeeld had de moeder om Afl. 825 per kind gevraagd en had het Gerecht dat toegewezen. Het Hof kwam, na een precieze berekening van beide draagkrachten, uit op Afl. 630 per kind. Het laat zien dat een goede onderbouwing van inkomen en lasten het verschil maakt.
Kindertoelage. Ontvangt de verzorgende ouder de kindertoelage die op het salaris van de andere ouder wordt ingehouden, dan wordt de alimentatie met dat bedrag verminderd. De rechter neemt dat op in de beschikking.
De onderhoudsplicht voor kinderen weegt zwaar. De rechter kijkt niet alleen naar wat een ouder nu verdient, maar ook naar wat hij of zij redelijkerwijs zou kunnen verdienen. Enkele lijnen uit de rechtspraak:
Via de Voogdijraad. Op Aruba bepaalt de wet dat door de rechter vastgestelde kinderalimentatie ten behoeve van het kind aan de Voogdijraad wordt betaald (artikel 1:408 BWA), die het bedrag doorbetaalt aan de verzorgende ouder. In de praktijk bepaalt de rechter soms ook rechtstreekse betaling op de bankrekening van de verzorgende ouder. De Voogdijraad kan ook zelf om vaststelling of wijziging van kinderalimentatie vragen (artikel 1:406 en 1:407 BWA).
Ingangsdatum. De rechter bepaalt vanaf welke dag de alimentatie verschuldigd is (artikel 1:402 BWA). Vaak is dat de eerste dag van de maand na de uitspraak, maar de rechter kan de ingangsdatum ook eerder leggen, bijvoorbeeld op de datum van indiening van het verzoekschrift: vanaf dat moment kan de andere ouder er immers rekening mee houden. Alimentatie kan nooit worden gevraagd over een periode die bij indiening van het verzoek al meer dan vijf jaar geleden is (artikel 1:403 BWA).
Direct uitvoerbaar. Alimentatiebeschikkingen worden vrijwel altijd 'uitvoerbaar bij voorraad' verklaard. Dat betekent dat er meteen betaald moet worden, ook als een van de partijen in hoger beroep gaat.
Indexering. Artikel 1:402a BWA maakt het mogelijk dat de minister van Justitie alimentatiebedragen jaarlijks aanpast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen. Het percentage wordt in de Landscourant bekendgemaakt. Vraag bij twijfel na of en welk percentage voor uw situatie geldt.
Een alimentatiebeschikking of -afspraak is niet voor eeuwig. Op grond van artikel 1:401 BWA kan de rechter het bedrag wijzigen of intrekken als het door een verandering van omstandigheden niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet, of als bij de eerdere uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Voorbeelden van gewijzigde omstandigheden zijn: het kind wordt 12 jaar en gaat naar de middelbare school (de behoefte stijgt van het ene naar het andere normbedrag), een ouder verliest buiten zijn schuld zijn baan of gaat juist veel meer verdienen, er wordt een nieuw kind geboren waarvoor de ouder ook moet betalen, of de woonlasten veranderen ingrijpend. Let op: de verandering moet wel echt van betekenis zijn. Kleine schommelingen in inkomen zijn geen reden voor wijziging, en de rechter zal opnieuw de volledige berekening maken, wat ook in uw nadeel kan uitpakken.
Artikel 1:157 BWA bepaalt dat de rechter bij de echtscheiding, of later, aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten heeft om van te leven en die ook niet in redelijkheid kan verwerven, een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de andere echtgenoot kan toekennen. De partneralimentatie gaat in zodra de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Voor de periode daarvóór kan de rechter een voorlopige bijdrage vaststellen.
Het Gerecht en het Hof beoordelen drie vragen, in deze volgorde:
De partneralimentatie is het laagste van de aanvullende behoefte en de draagkracht. In een zaak uit 2024 stelde het Gerecht de behoefte van de vrouw vast op Afl. 2.100, trok daar haar eigen inkomen uit een kleine onderneming (Afl. 880) van af, en kende Afl. 1.220 per maand toe omdat de man dat ruimschoots kon dragen.
Op Aruba geldt een maximale duur van 12 jaar, gerekend vanaf de inschrijving van de echtscheiding (artikel 1:157 lid 4 BWA). Heeft het huwelijk niet langer dan vijf jaar geduurd en zijn er geen kinderen uit geboren, dan duurt de alimentatie maximaal even lang als het huwelijk heeft geduurd (lid 6). De rechter kan een kortere termijn of voorwaarden vaststellen (lid 3), en doet dat ook regelmatig. De Nederlandse regel dat partneralimentatie in beginsel maximaal vijf jaar duurt, geldt niet op Aruba; het Hof heeft dat in 2023 uitdrukkelijk bevestigd.
De verplichting eindigt eerder als de ontvangende ex-partner opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een ander als waren zij gehuwd (artikel 1:160 BWA).
Echtgenoten mogen vóór of na de echtscheiding zelf afspreken of, en tot welk bedrag, de een aan de ander partneralimentatie betaalt (artikel 1:158 BWA). Zij kunnen schriftelijk afspreken dat die regeling niet door de rechter kan worden gewijzigd bij verandering van omstandigheden (artikel 1:159 BWA); dat 'niet-wijzigingsbeding' houdt alleen geen stand bij zeer ingrijpende veranderingen.
Wie niet getrouwd is geweest, kan in beginsel geen partneralimentatie vragen. Het Gerecht heeft in 2021 het verzoek van een vrouw afgewezen die jarenlang ongehuwd had samengewoond, omdat de wettelijke onderhoudsplicht tussen echtgenoten niet geldt voor samenwoners en er ook geen samenlevingsovereenkomst was.
Sinds 1 september 2021 kent het Burgerlijk Wetboek van Aruba echter een nieuwe bepaling: artikel 1:408b BWA. Hebben twee personen langdurig samengeleefd als waren zij gehuwd, en is die samenleving anders dan door overlijden geëindigd, dan kan de rechter, als dat redelijk is, aan een van hen een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de ander toekennen. De regels voor partneralimentatie na echtscheiding gelden dan op dezelfde manier. Dit is dus geen automatisch recht: de rechter beoordeelt of het in het concrete geval redelijk is. Over de toepassing van dit artikel zijn nog geen uitspraken gepubliceerd, zodat nog niet vaststaat hoe de rechter 'langdurig' en 'redelijk' precies invult.
Alimentatie wordt gevraagd met een verzoekschrift bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. U kunt dat zelf doen ('in persoon') of via een advocaat. Het griffierecht bedraagt Afl. 50. Wie een bewijs van onvermogen heeft, kan toelating vragen om kosteloos te procederen. In een echtscheidingsprocedure kunnen kinder- en partneralimentatie als nevenverzoek worden meegenomen.
De rechter kan alleen goed rekenen als hij de juiste stukken heeft. Volgens de checklist van het Gerecht en het Procesreglement moeten in ieder geval worden overgelegd:
Na indiening volgt een mondelinge behandeling waar beide partijen worden gehoord. Vaak is de Voogdijraad aanwezig. De rechter doet daarna schriftelijk uitspraak in een beschikking. Tegen die beschikking staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie; de beroepstermijn is kort (in de regel zes weken), dus wacht daarmee niet. Omdat het om familiezaken gaat, worden de proceskosten meestal 'gecompenseerd': iedere partij draagt de eigen kosten.
Kinderalimentatie op Aruba is geen ingewikkelde rekensom, maar wel een die precies moet worden gemaakt: normbedrag plus bijzondere kosten aan de kant van het kind, netto-inkomen min forfait en noodzakelijke lasten aan de kant van de ouders, en een eerlijke verdeling naar draagkracht. Bij partneralimentatie komen daar de vragen naar behoefte, behoeftigheid en duur bij. In beide gevallen geldt: een goede voorbereiding en volledige, eerlijke financiële informatie bepalen de uitkomst.
Heeft u vragen over uw eigen situatie, wilt u een berekening laten maken of heeft u een verzoekschrift of beschikking ontvangen? Glas & Glas Attorneys and Legal Consultancy staat u graag bij, in het Nederlands, Papiamento, Engels of Spaans.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en is gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek van Aruba (geldende tekst per 1 september 2021) en op uitspraken die tot en met juni 2026 op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. De genoemde normbedragen zijn richtbedragen die de rechter in individuele gevallen kan aanpassen. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Voor advies over uw persoonlijke situatie kunt u contact met ons opnemen.
Er is geen vast bedrag. De rechter gaat uit van een richtbedrag voor de behoefte van ongeveer Afl. 450 per maand voor jongere kinderen en Afl. 650 tot 750 voor oudere kinderen, telt daar noodzakelijke extra kosten zoals opvang bij op, en verdeelt dat bedrag over beide ouders naar verhouding van wat ieder kan betalen na een forfait van Afl. 1.400 en de noodzakelijke vaste lasten.
Voor minderjarigen altijd; na de 18e verjaardag loopt de verplichting door voor levensonderhoud en studie tot 21 jaar, en als een studie dan nog niet kan zijn afgerond, totdat dat redelijkerwijs kan, maar uiterlijk tot 25 jaar (artikel 1:395a en 1:395b BWA).
Maximaal 12 jaar vanaf de inschrijving van de echtscheiding. Duurde het huwelijk niet langer dan vijf jaar en zijn er geen kinderen, dan niet langer dan het huwelijk zelf. De rechter kan een kortere termijn bepalen, en de verplichting eindigt als de ontvanger hertrouwt of gaat samenwonen als waren zij gehuwd.
Laat ons uw positie berekenen, uw verzoekschrift opstellen of verweer voeren, in het Nederlands, Engels, Spaans of Papiamento.
Vraag een consult aan → WhatsApp ons